TU Delft-studenten werken aan beter waterbeheer bij de Kariba Dam

Met steun van het KIVI Studie- en Reisfonds werken zes masterstudenten Civiele Techniek van de TU Delft aan betere voorspellingen van de watertoevoer naar het Kariba-stuwmeer in Zambia. Vanuit het veld delen zij een eerste update: meerdere waterstandssensoren zijn geïnstalleerd en een bezoek aan de Nederlandse ambassade heeft nieuwe contacten opgeleverd.

Hoeveel water stroomt er de komende tijd het Kariba-stuwmeer in? Voor de beheerders van de dam is dat belangrijke informatie om te bepalen wanneer zij water moeten vasthouden of juist afvoeren. Toch is die instroom op dit moment slechts beperkt bekend. Quinten Scholten, Koen Hammink, Wout Kragten, Mees Rapp, Daniël Seisener en Jasper de Ruiter willen daar met hun project aan bijdragen.

Van waterstandsmetingen naar betere voorspellingen

De studenten plaatsen stroomopwaarts van de Kariba Dam meerdere innovatieve sensoren die continu de waterstand meten. Met de verzamelde gegevens ontwikkelen zij een voorspellend model in Python, waarmee zij de instroom naar het stuwmeer beter in kaart willen brengen.

Betere voorspellingen kunnen beheerders helpen om onderbouwde keuzes te maken over het beschikbare water. Daarmee kan het project bijdragen aan een betrouwbaardere energievoorziening, efficiënter watergebruik en een betere voorbereiding op droogte en extreme neerslag.

De toegepaste sensoren zijn relatief goedkoop, kunnen op afstand functioneren en vragen weinig onderhoud. Als de aanpak succesvol blijkt, biedt dit mogelijkheden om vergelijkbare meetnetwerken ook op andere locaties in Afrika toe te passen.

Eerste sensoren geïnstalleerd

Het gezamenlijke veldwerk vindt plaats van 12 oktober tot en met 8 november 2026. Een deel van de groep is al op 29 augustus vertrokken om de werkzaamheden voor te bereiden. Inmiddels zijn meerdere waterstandssensoren geïnstalleerd en verloopt het veldwerk goed.

De bijdrage van het KIVI Studie- en Reisfonds wordt ingezet voor de voorbereiding en uitvoering van het veldwerk, waaronder reis- en verblijfskosten, lokaal vervoer en de logistiek rond het bezoeken van meetlocaties en het installeren van de sensoren. De sensoren zelf worden door de opleiding beschikbaar gesteld en gefinancierd.

Waardevolle contacten via de Nederlandse ambassade

Naast het technische werk speelt samenwerking een belangrijke rol. De groep bezocht onlangs de Nederlandse ambassade in Harare, Zimbabwe, om het project te presenteren. Tijdens deze bijeenkomst zijn de studenten in contact gebracht met verschillende organisaties die mogelijk interesse hebben in sensoren op aanvullende locaties.

In hun presentatie lichtten zij ook de betrokken partners toe, waaronder KIVI als een van de partijen die het veldwerk mogelijk maken. Binnenkort deelt de groep via LinkedIn meer over het ambassadebezoek.

Leren én kennis delen

Voor de studenten is het project een kans om hun kennis van hydrologie, waterbeheer en sensortechnologie in de praktijk toe te passen. Tegelijkertijd leren zij hoe zij in een internationale omgeving samenwerken met lokale autoriteiten en andere betrokken partijen. Technische kennis, data-analyse, projectmanagement en communicatie komen hierbij samen.

Na terugkomst deelt de groep de ervaringen en resultaten tijdens een lunchlezing bij Practische Studie, de studievereniging van Civiele Techniek aan de TU Delft. Zo willen zij ook andere studenten inspireren en voorbereiden op een project in het buitenland.