Martine Stam
Finalist Prins Friso Ingenieursprijs 2026

Wat wil jij met de titel Ingenieur van het Jaar bereiken?
Ik wil met de titel graag andere ingenieurs aanzetten om meer samen te werken aan de samenleving van de toekomst, zowel over de bedrijven heen als door de hele keten van opdrachtgever, aannemer tot beheerder. In mijn bestuursrol bij (Jong)NLingenieurs heb ik ervaren hoe waardevol het is om met verschillende jonge ingenieurs samen te werken aan een manifest waarin we punten benoemen die we moeten oppakken voor een leefbare toekomst. Het werd uiteindelijk dƩ rode draad van al onze activiteiten afgelopen jaar, en ben momenteel nog bezig met het concretiseren ervan met het nieuwe bestuur.
Jonge ingenieurs hebben een enorme drive om zich in te zetten voor die toekomst en zien geen beperkingen in de vorm van dat we in andere delen van de keten zitten of bij een ander bureau werken, ditzelfde geldt voor mij. Circulair, natuurinclusief, emissieloos, gebruik maken van de natuur, kijken naar natuurlijke systemen voor de inrichting van het land met een toekomstbeeld voor 100-200 jaar; dit moeten de eisen en randvoorwaarden zijn voor alle ontwerpen die we nu maken.
In diverse raamcontracten wordt het werk onderverdeeld en wordt er bijvoorbeeld bij Waterschap Limburg met diverse ingenieursbureaus samen gewerkt aan de waterveiligheid, want zo is er voldoende capaciteit. De klus is enorm en alle kracht en kennis is hiervoor nodig. Zo werken we met de Taskforce Deltatechnologie (ingenieurs, waterbouwers en bouwers) aan een advies voor de Zuidelijke Maasvallei. Hier moet integraal worden gekeken naar de toekomst, want alle projecten rondom de Maas hebben effect op elkaar.
Ditzelfde geldt voor de enorme V&R opgave in Nederland wat ervoor gaat zorgen dat de bereikbaarheid in het geding komt. We kunnen hier alleen uitkomen als we met de hele keten bij elkaar gaan zitten om samen de puzzel te leggen! Ik ben afgelopen week geĆÆnspireerd geraakt bij het symposium mede georganiseerd door de Taskforce Deltatechnologie: 'Samenwerken, van intentie naar impact', waarbij stil werd gestaan bij alliantiecontracten en de rol van āempathieā in samenwerkingen. Met een samenwerking waarin empathie centraal staat zijn we tot veel in staat en besparen we 30% aan tijd die we normaal in projecten gebruiken voor oorlog voeren (bron: proefschrift Guus Keusters).
Hoe zou jij invulling geven aan KIVIās mission statement āEngineer your Career - Improve our Societyā?
In mijn werk ben ik heel bewust bezig met het feit dat ik als ingenieur onze samenleving Ć©cht kan verbeteren. Dat komt mede door mijn bestuursrol afgelopen jaren bij Koninklijke(Jong)NLingenieurs. Dit probeer ik ook over te brengen naar collegaās, andere ingenieurs, studenten en scholieren. Met onze belangrijke positie in de inrichting van Nederland en daarbuiten moeten we zuinig en goed omgaan. Zo ben ik in iedere werkgroep en ieder project bewust bezig met het thema duurzaamheid, zowel op het vlak van circulariteit/ biodiversiteit als in aanbestedingen. Als disciplineleider Duurzaamheid bij Dijkversterking Cuijk-Ravenstein zorg ik ervoor dat materialen die vrijkomen gaan worden hergebruikt en dat de versterking met zoveel mogelijk gebiedseigengrond wordt ontworpen. Materialen worden immers steeds schaarser, hier moeten we zuinig op zijn.
Daarnaast pleit ik vanuit mijn rol bij de Agenda Natuurinclusief en de Taskforce Deltatechnologie voor meer koppeling van (water)programmaās aan de voorkant, zoals het HWBP en KRW/PAGW of het vergroten van projectscope (bijvoorbeeld langs wegen). Op een dijk- of weglichaam zelf kan immers niet veel worden gedaan op het gebied van natuurinclusiviteit, maar als de uiterwaarden bij een dijkproject worden betrokken is er ontzettend veel mogelijk wat betreft natuurwaarde-creatie en/of versterking met nature based solutions (zoals golfdemping door wilgengrienden). Om dit te kunnen bewerkstelligen is samenwerking in de hele keten noodzakelijk. Hiervoor kunnen ingenieurs het voortouw nemen. Zo ga ik vanuit de Agenda Natuurinclusief werken aan een handreiking Natuurinclusief Aanbesteden van infrastructuur voor het IPO.
Het belangrijkste aandachtspunt is het kijken naar de verre toekomst. We moeten in de keten meer kijken naar de natuurlijke systemen om ons land ruimtelijk in te richten. Hogere rivierafvoeren en zeespiegel, bodemdaling, maar ook droogte. Ik pleit ervoor om in projecten een doorkijk te maken verder in de toekomst (100-200 jaar) en daar het ontwerp voor de nabije toekomst (50-100 jaar) op af te stemmen. Uitbreidbare ontwerpen en het gebruik van natuurlijke processen, zoals een stuifduin om duinen te versterken, zijn de toekomst. Wij, ingenieurs, kunnen als beste deze toekomst beschouwen en erop anticiperen.
Stemmen
Stemmen is mogelijk tot en met 9 maart 2026.
De uitslag wordt bekend gemaakt op 11 maart 2026 tijdens de Prins Friso Ingenieursprijsuitreiking.
Projecten
Lees hier het interview van Martine met De Ingenieur.
- Project 1: Planuitwerking Dijkversterking Cuijk-Ravenstein en advisering Taskforce Deltatechnologie Gebiedseigen Grond
De problematiek
De primaire dijkversterking van 21 km tussen Cuijk en Ravenstein voldoet niet meer aan de waterveiligheidseisen en moet worden versterkt. Hiervoor is circa 565.000 m3 klei nodig. Aangezien de versterking grotendeels dichtbij N2000-gebied ligt en er geen negatief effect mag zijn van stikstofdepositie moeten emissies rondom het ontwerp en de uitvoering worden geminimaliseerd. Daarnaast is de doelstelling van het waterschap om milieukosten (MKI) te minimaliseren. Nieuwe (primaire) klei vele kilometers moet echter worden aangevoerd vanuit kleiputten in Belgiƫ of Oost-Nederland wat voor hoge milieukosten en emissies zorgt.
Toelichting
Om de doelstellingen te behalen werk ik in mijn rol als Disciplineleider Conditionerende Onderzoeken en Duurzaamheid hard aan de toepassing van gebiedseigen grond. Gebiedseigen grond is grond uit de omgeving. Deze grond is niet speciaal gewonnen als grondstof en daarom een secundair materiaal. In het dijktraject Meanderende Maas, dat naast Cuijk-Ravenstein ligt en wordt versterkt binnen het beheergebied van Waterschap Aa en Maas, komt veel grond vrij. Daarnaast komt binnen Cuijk-Ravenstein ook grond vrij door een uiterwaardeverlaging en uitbreiding van de Beekmonding van de Raam.Niet alle beschikbare grond kan direct worden toegepast in de versterking van Cuijk-Ravenstein. Dit heeft te maken met de civieltechnische kwaliteit en met de milieuhygiƫnische kwaliteit. De klei moet van voldoende milieukwaliteit zijn om te mogen worden gebruikt als versterking van de dijk. Om dit mogelijk te maken heb ik in 2025 het milieuhygiƫnisch booronderzoek opgestart in de uiterwaardeverlaging, de beekmonding en de gehele dijk.
Binnen de huidige bodemregelgeving lijkt het hergebruik van gebiedseigen grond goed te passen. In de praktijk is dit bij waterbouwprojecten complexer doordat wordt gewerkt op de scheidslijn van land en water waar meerdere sets aan regelgeving samenkomen. De waterbodem kan verontreinigd zijn door de rivier met PFAS en metalen. De landbodem kan verontreinigd zijn met asbest en bestrijdingsmiddelen. Afvoer van minder schone grond en aanvoer van schone primaire grondstoffen leidt tot hogere kosten, meer uitstoot en toekomstige schaarste.
Als disciplineleider heb ik overleg geĆÆnitieerd met Rijkswaterstaat en de drie gemeenten om gezamenlijk een stappenplan voor facilitering van grondverzet op te stellen. Daarnaast heb ik binnen de Taskforce Deltatechnologie de werkgroep āGebiedseigen Grondā opgezet. Momenteel wordt de (water)bodemkwaliteitskaart bij Cuijk-Ravenstein opgesteld. De aanname is dat circa 20% primaire grondstoffen wordt gebruikt en dat 60 tot 80% van de vrijkomende grond wordt hergebruikt. Door de toepassing van gebiedseigen materiaal zijn de milieukosten met 8,5% afgenomen ten opzichte van het eerdere ontwerp.
- Project 2: Planuitwerking Dijkversterking Wijk bij Duurstede ā Amerongen (Onderdeel van Sterke Lekdijk)
De problematiek
De primaire waterkering van 11 km tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen voldoet niet meer aan de waterveiligheidseisen en moet dus versterkt worden.
Mijn rol
In het project heb ik zowel de functie van adviseur als die van assistent ontwerpleider (ontwerpcoƶrdinator) vervuld na promotie vanaf junior adviseur. Ik merkte dat er weinig afstemming was met disciplines en om tot een ingepast dijkontwerp te komen was dit wel nodig. Zo heb ik bij de start van de berekeningen van ieder dijkvak een overleg georganiseerd met de technisch manager, ontwerpleider, omgevingsmanager, MER-schrijver/vergunningenadviseur, werkvoorbereider, adviseur kabels en leidingen en de beheerders. Uit dit startoverleg volgde de knelpunten, afbakingen, wensen en eisen voor het ontwerp waardoor wij met het technisch team daardoor varianten konden maken met de juiste inpassing.
Uitkomst
In het project heb ik zowel de functie van adviseur als die van assistent ontwerpleider (ontwerpcoƶrdinator) vervuld na promotie vanaf junior adviseur. Ik merkte dat er weinig afstemming was met disciplines en om tot een ingepast dijkontwerp te komen was dit wel nodig. Zo heb ik bij de start van de berekeningen van ieder dijkvak een overleg georganiseerd met de technisch manager, ontwerpleider, omgevingsmanager, MER-schrijver/vergunningenadviseur, werkvoorbereider, adviseur kabels en leidingen en de beheerders. Uit dit startoverleg volgde de afbakening, wensen en eisen voor het ontwerp waardoor het technisch team varianten kon maken met de juiste inpassing.Bijzonder aan Sterke Lekdijk is dat het project is vormgegeven als Innovatiepartnerschap. Het doel is grotendeels emissieloos de dijk te versterken en innovaties op grote schaal door te ontwikkelen en toe te passen. Proces-, sociale- en productinnovaties dragen bij aan een efficiƫntere en versnelde uitvoering van de HWBP-opgave tot 2050. Dit is onder andere ook geland in het advies over het HWBP dat ik met de Taskforce Deltatechnologie heb geschreven.
In het project was ik verantwoordelijk voor het ontwerp en de toepassing van kunststof damwanden als pipingoplossing. Op basis van ervaringen uit het project Wolferen-Sprok heb ik bepaald waar kunststof damwanden op het traject mogelijk zijn en met welke uitvoeringsmethode deze moeten worden geplaatst. Mijn advies vormde de basis voor de in het najaar/begin dit jaar uitgevoerde maakbaarheidsproef. Het voordeel van kunststof damwanden is dat de kosten lager zijn en dat de COā-uitstoot en MKI per vierkante meter aanzienlijk lager zijn dan bij stalen damwanden.
Daarnaast heb ik gewerkt aan de doorontwikkeling van de bentonietmat (GCL) als voorlandverbetering. Ik heb bijgedragen aan drie ontwikkelstappen: het doorstaan van doorgroei van een pipe, het vaststellen van een beheerstrategie en het ontwikkelen van schadedetectie. Ook heb ik een verificatietabel opgesteld voor ontwerp en uitvoering. Eind december 2023 zijn deze ontwikkelstappen afgerond en overgedragen aan de Innovatieversneller.






